background image
Spreek rustig in korte, duidelijke zinnen.
Richt je steeds tot de persoon zelf, ook al zijn er
familie of vrienden bij.
Gebruik geen te moeilijke of abstracte woorden.
Conversaties zullen langer duren. Hou daar rekening
mee zodat de persoon met communicatieproblemen
meer op zijn gemak is.
Stel je vragen één voor één. Wacht tot de persoon
geantwoord heeft op de eerste vraag voordat je een
volgende vraag stelt.
Aandachtspunten bij communicatie
36